La búsqueda del término doen alsof ha obtenido 23 resultados
NL Neerlandés ES Español
doen alsof (v) [bedrog] {n} fingir (v) [bedrog]
doen alsof (n) [gedrag] {n} fingimiento (n) {m} [gedrag]
doen alsof (n) [bedrog] {n} finta (n) {f} [bedrog]
doen alsof (n) [bedrog] {n} disimulo (n) {m} [bedrog]
doen alsof (n) [bedrog] {n} ocultación (n) {f} [bedrog]
NL Neerlandés ES Español
doen alsof (n) [gedrag] {n} pretensión (n) {f} [gedrag]
doen alsof (v) [verbeeldingskracht] {n} disimular (v) [verbeeldingskracht]
doen alsof (v) [bedrog] {n} disimular (v) [bedrog]
doen alsof (n) [bedrog] {n} simulación (n) {f} [bedrog]
doen alsof (v) [verbeeldingskracht] {n} simular (v) [verbeeldingskracht]
doen alsof (v) [bedrog] {n} simular (v) [bedrog]
doen alsof (v) [verbeeldingskracht] {n} fingir (v) [verbeeldingskracht]
doen alsof (n) [gedrag] {n} afectación (n) {f} [gedrag]
doen alsof (v) [verbeeldingskracht] {n} pretender (v) [verbeeldingskracht]
doen alsof (v) [bedrog] {n} pretender (v) [bedrog]
doen alsof (v) [verbeeldingskracht] {n} aparentar (v) [verbeeldingskracht]
doen alsof (v) [bedrog] {n} aparentar (v) [bedrog]
doen alsof (v) [verbeeldingskracht] {n} imaginarse (v) [verbeeldingskracht]
doen alsof (v) [bedrog] {n} imaginarse (v) [bedrog]
doen alsof (v) [verbeeldingskracht] {n} actuar (v) [verbeeldingskracht]
doen alsof (v) [bedrog] {n} actuar (v) [bedrog]
doen alsof (v) [verbeeldingskracht] {n} suponer (v) [verbeeldingskracht]
doen alsof (v) [bedrog] {n} suponer (v) [bedrog]

NL ES Traducciones de doen

doen (v) [aktie] tomar (v) [aktie]
doen (v) [aktie] actuar (v) [aktie]
doen (v) [handelen] actuar (v) [handelen]
doen hacer
doen (v) [aktie] hacer (v) [aktie]
doen (v) [handelen] hacer (v) [handelen]
doen (v) [to make one suppose] sugerir (v) [to make one suppose]
doen (v n) [cause to do] hacer que (v n) [cause to do] (v n)

NL ES Traducciones de alsof

alsof (o) [gevoelens] como si (o) [gevoelens]

'Traducciones del Neerlandés al Español

NL Sinónimos de doen alsof ES Traducciones
huichelen [veinzen] velar
liegen [veinzen] mentir
voorwenden [veinzen] n fingir
fingeren [voorwenden] fingir
pretenderen [voorwenden] n simulación {f}
veinzen [voorwenden] n imaginar
voorgeven [voorwenden] pretender
uithangen [spelen] pretender ser
simuleren [huichelen] simular
spelen [acteren] n jugar